Gedicht
Uit: Ted van Lieshout – Van verdriet kun je grappige hoedjes vouwen. 1986. Moeder. Ik wil graag weten wanneer volwassenheid begint. Ik vraag het maar – mijn moeder zegt: Hoe oud je ook bent, je blijft altijd mijn kind. Ze heeft haar dood nog niet gepland, is zelfs niet ziek. Ik heb alvast gezegd dat ik de kast wil hebben; tegen de tijd dat ik hem erf, is hij antiek. Maar dat duurt nog vele jaren. Ze wijst soms naar de rust van Avondrood – daar wil ze later wonen (en of ik vast wil sparen). Het is voor haar eigen bestwil dat ze eerder doodgaat dan ik: een moeder zonder kind, daar bestaat zelfs geen naam voor, zoals weduwe of wees. Nou ja, voorlopig mag ze blijven leven. Een moeder is altijd handig als er even niemand anders is die van mij wil houden. “Is het moeilijk om gedichten te lezen? Niet moeilijker dan van siroop limonade te maken. In plaats van er naar smaak water bij te doen, leng je de woorden aan met je gedachten, gevoelens en belevenissen. Dat is het recept. Zo is elk gedicht de siroop voor je eigen, hoogstpersoonlijke verhaal.” (T.v.L.) Humor is de kern van bovenstaand gedicht. Anders dan veel mensen denken, is humor nooit lachen, gieren, brullen. Humor is ‘een lach in een traan’. Als literair genre komt het in de Nederlandse literatuur voor het eerst voor in de 19e eeuw (Piet Paaltjes: “Snikken en Grimlachjes”). En we herkennen humor ook op het gezicht van een klassieke clown – Pierrot: grote rode lachende mond maar op de wang ook een zwarte traan. Humor in dichtvorm laat zich meestal makkelijk lezen: het is metrisch en vaak ergens ook rijmend, in deze gedichten vaak als eindrijm. Naast schrijver en dichter is Ted van Lieshout (1955) ook illustrator, grafisch ontwerper en beeldend kunstenaar. Zijn gedichten zijn in veel opzichten te vergelijken met het werk van Willem Wilmink. Vooruit: nog een gedicht van Van Lieshout, omdat het bijna zomer is en dit het laatste gedicht van dit seizoen… Strand De golven trekken aan het strand en wissen sporen uit met schuim. Ik zoek geen schelpen meer maar schrijf in braille met mijn duim. Van zand alleen of enkel water houdt mijn kasteel geen stand; voor emmertjes ben ik te oud. De zomer en ik, wij zijn veranderd. Ik zet de wereld op zijn kop en loop over plukken watten naar de overkant. Mijn boek verbergt de zon. Daar heeft niemand last van. Ik sla de bladzijden om me heen. Wie mij nog kennen wil kan komen lezen; wie spelen wil met bal en schep moet voortaan elders wezen. Ik wens alle lezers een mooie zomer met veel leesplezier! Eljan.
|