O Kerstnacht, schooner dan de daegen
Graag sta ik in deze tijd van het jaar even stil bij een klassieke tekst uit Vondels toneelstuk Gijsbrecht van Aemstel, dat ter gelegenheid van de opening van de nieuwe stadsschouwburg van Amsterdam aan de Keizersgracht 2 januari 1638 in première ging. O Kerstnacht, schooner dan de daegen, Hoe kan Herodes ’t licht verdraegen, Dat in uw duisternisse blinckt, En wort geviert en aegebeden? Zijn hooghmoed luistert na geen reden, Hoe schel die in zijn ooren klinckt. Hy pooght d’onnoosle te vernielen Door ’t moorden van onnoosle zielen En werckt een stad en landgeschrey, In Bethlehem en op den acker, En maeckt den geest van Rachel wacker, Die waeren gaet door beemd en wey, Dan na het westen, dan na’et oosten. Wie zal die droeve moeder troosten Nu zy haer lieve kinders derft? Nu zy die ziet in ’t bloed versmooren, Aleerze naulix zijn geboren, En zoo veel zwaerden rood geverft? Hierboven dus de eerste drie en meest geciteerde strofen uit de “Rey van Klaerissen”. Vondel schreef een klassieke tragedie die bestond uit vijf bedrijven en daartussen min of meer losstaande gedichten (zangen of reien) die commentaar gaven op het vorige bedrijf en vooruit liepen op wat komen ging. Technisch gebruikte men de reien om decorwisselingen te kunnen uitvoeren zonder de aandacht van het publiek te verliezen. Een tragedie eindigt altijd in mineur, maar om het publiek wat op te vrolijken werd traditioneel een klucht opgevoerd: na “Ghijsbrecht van Aemstel” kwam altijd “De bruiloft van Kloris en Roosje”! In deze rei vergelijkt Vondel Herodes’ moord op de onnozele (= onschuldige) kinderen met de moord op de nonnen uit het Clarissenklooster bij het beleg van Amsterdam door Geeraard van Velzen in zijn wraak op zijn rivaal Gijsbrecht van Aemstel (1303). Amsterdam werd grotendeels verwoest, maar de voorspelling was dat Amsterdam eens glorieus zou herrijzen, wat dus in 1637 het geval was. Vondel schreef zijn toneelstuk speciaal voor de opening van de nieuwe schouwburg, gebouwd door Van Campen aan de Keizersgracht, eigenlijk bedoeld voor Tweede Kerstdag 1637. Vondel kon echter in zijn stuk zijn sympathie voor het katholicisme niet onderdrukken en daardoor werd een eerste opvoering met Kerstmis door de predikanten van Amsterdam tegengehouden. Vanaf 1641 ontstond een eeuwenlange traditie om de Gijsbrecht met Nieuwjaar op te voeren, waaraan een einde kwam door Aktie Tomaat in 1968. Sindsdien zijn er wel pogingen gedaan het stuk opnieuw op te voeren, maar tot een traditie is het niet meer gekomen. Zelf heb ik heel goede herinneringen aan een opvoering “oude stijl” waarin Ko van Dijk en Ellen Vogel respectievelijk Ghijsbrecht en Badeloch speelden.
Eljan de Wijs
|